Mijn naam is Marian en ik ben 62 jaar. Als iemand mij vijf jaar geleden had voorspeld dat ik vandaag een opleiding tot verzorgende zou volgen, had ik die persoon waarschijnlijk raar aangekeken. En toch is het zover! Laat me je meenemen in mijn verhaal - een kronkelweg, maar uiteindelijk kwam ik uit waar ik blijkbaar altijd al had moeten zijn.
Verdwalen op de arbeidsmarkt
In mijn zesde middelbaar moest ik een studierichting kiezen. Ik koos voor maatschappelijk werk, met een specialisatie in vormingswerk. Maar al snel merkte ik dat groepen begeleiden minder bij mij paste dan er gewoon actief aan deelnemen. Ik haalde mijn diploma, maar heb het nooit gebruikt.
Ik begon in de Vooruit (nu Viernulvier) als assistent zaalverhuur en coördinatie. Daar bleef ik vijftien jaar. Na al die tijd wilde ik iets anders. Ik was geïnteresseerd geraakt in het beleid van organisaties en kreeg de tip om management assistant te worden. Via de VDAB volgde ik een opleiding en zo kwam ik terecht bij Sociare, de werkgeversfederatie voor de socioculturele sector. Maar door de komst van de laptop verdween een deel van mijn taken. Na vier jaar was ik uitgeblust.
Ik ging aan de slag bij Familiehulp, op het directiesecretariaat. Het was een erg uitvoerende job: mails printen en verslagen schrijven. Niet echt wat ik had verwacht. Mijn jaarcontract werd niet verlengd. Daarna volgden korte opdrachten bij andere werkgevers. Telkens begon ik met goeie moed, maar al snel botste ik op een bedrijfscultuur die niet strookte met de waarden die ze naar buiten brachten. Ik was telkens teleurgesteld.
Tussen de jobs door volgde ik opleidingen bij de VDAB: maatwerkbegeleider, personeelsadministratie en boekhouden. Met dat laatste had ik ambities. Ik startte een tweejarig graduaat, maar na zes maanden moest ik stoppen met een burn-out. De combinatie van de opleiding en problemen thuis werd me te veel.
Ik belandde in een GTB-traject met psychologische begeleiding en een stage van zes maanden in een dienstencentrum. Daar bleek ik nog niet klaar voor werk. Ze raadden mij een jaar vrijwilligerswerk aan, maar ik wou per se aan de slag. Na bijna een jaar vond ik werk bij een callcenter. Daar kreeg ik als oudere werkzoekende nog een kans, maar de werkdruk was te hoog. Mijn geheugen speelde mij parten. Ik moest opnieuw solliciteren, maar kreeg geen enkele reactie.
Een onverwachte wending
Toen kreeg ik slecht nieuws: mijn uitkering zou stoppen in april. Rond dezelfde tijd kreeg ik een mail van het ACV over een webinar over werken in de zorg. Ik dacht: "Dat is niets voor mij", maar ik luisterde toch. En tot mijn verbazing raakte ik geïnteresseerd.
Ik stapte naar het CVO met de vraag of ik op mijn leeftijd nog een opleiding in de zorg kon volgen. Zij namen contact op met de VDAB. Het advies was om de opleiding bij Familiezorg te doen, omdat die het kortst was en geen vakantie-onderbrekingen kende. Ik ging naar een infosessie bij Familiezorg en was meteen overtuigd: de visie sprak mij aan, de inhoud van de opleiding leek boeiend, en het nieuwe gebouw zag er professioneel uit. De bereikbaarheid was ook goed - niet onbelangrijk!
Het bleef spannend of ik zou mogen starten. Ik moest nog een goedkeuring krijgen van de VDAB en Familiezorg voorzag een selectiegesprek. Enkele weken voor de start kreeg ik groen licht.
Terug in de schoolbanken
Op 18 september begon ik aan de opleiding verzorgende/zorgkundige bij Familiezorg in een groep van twintig cursisten.
De eerste twee maanden zijn Deeltraject 1. Op het einde krijg je een attest voor huishoudhulp of logistiek medewerker. Daarna begint Deeltraject 2, dat is een stuk intensiever. Veel nieuwe leerstof, theorie en praktijk, met regelmatig toetsen en opdrachten. Je moet thuis ook studeren. Sommige cursisten herhalen elke avond wat ze die dag hebben gezien. Bij elk hoofdstuk zijn er richtvragen. De antwoorden vormen een samenvatting die je helpt bij het studeren voor de toetsen.
We hebben heel wat uren omgangskunde. Dat ligt mij wel door mijn achtergrond in psychologie en maatschappelijk werk, en door de vele cursussen die ik uit persoonlijke interesse volgde. De vakken koken en verzorging liggen mij minder, maar daar leer ik net het meest bij.
Tijdens de opleiding werken we veel samen met andere cursisten. We worden telkens in andere combinaties gezet. Je moet nu eenmaal met iedereen kunnen samenwerken.
Na 6 maanden opleiding volgen er 2 stages, 300 uren in een woonzorgcentrum en 300 uren bij Familiezorg zelf. Alles wordt zo dicht mogelijk bij huis geregeld.
Na de opleiding kan ik bij Familiezorg starten, maar dat is geen verplichting. Sommige cursisten kiezen voor een woonzorgcentrum. Daar werk je in team, in shiften en in het weekend. De werkdruk is er hoger, maar je wordt ook beter betaald.
Wat mij aanspreekt in de zorg
Als verzorgende werk je alleen bij mensen thuis of in een dagcentrum. Je werkt vaak bij ouderen, maar ook bij iemand die door een operatie tijdelijk het huishouden niet kan doen, of als kraamzorg.
Wat mij echt aanspreekt, is de visie van Familiezorg: "Onze missie is om een ondersteunende omgeving te creëren waarin mensen zich veilig en gewaardeerd voelen. We streven ernaar om met liefde en respect zorg te bieden die aansluit bij de unieke behoeften van elk individu."
Die behoeften worden ruim bekeken: lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel. Bij elke zorgvrager kijkt een intaker wat de belangrijkste noden zijn. Persoonlijke verzorging, koken, boodschappen, wassen en strijken horen erbij, maar ook een luisterend oor. Tijdens het werk, maar ook bij een tas koffie. Met mensen die eens buiten willen en dat alleen niet meer kunnen, ga je naar de markt of maak je een wandeling.
Soms denk ik: wat een verantwoordelijkheid. Maar het is ook een voorrecht om letterlijk en figuurlijk zo dicht bij mensen te staan in een kwetsbare fase van hun leven. Je kan echt een meerwaarde betekenen.
Wat ik wil meegeven
Ik had de voorbije jaren niet gedacht dat ik op mijn 62ste nog zo'n keuze zou maken. De beslissing van de regering over mijn uitkering gaf mij het nodige duwtje. Dat was waarschijnlijk de bedoeling, maar voor veel mensen ligt dat niet voor de hand - en dat mogen we niet vergeten. Ik heb chance gehad: dat ik op mijn leeftijd nog een opleiding van een jaar mag volgen, om daarna nog geen drie jaar te werken, was verrassend. Voor mij was het mijn redding. En als het meevalt, kan ik dit misschien nog langer doen in een flexi-job.